ZAANDAM - Hoewel het inmiddels toch wel doorgedrongen zou moeten zijn, is er nog altijd een groot aantal bedrijven, organisaties en instellingen dat nauwelijks werk maakt van het terugdringen van haar energiekosten. Het vorig jaar afgesloten Energieakkoord heeft het thema opnieuw stevig op de kaart gezet, maar in praktijk blijkt dat veel bedrijven grote kansen laten liggen. Dat blijkt uit het onderzoeksrapport van ING Bank over energiebesparing in bestaand vastgoed.

Het thema energie is in 2013 door het Energieakkoord nadrukkelijk op de kaart gezet. Paradoxaal genoeg wordt veel geïnvesteerd in het duurzaam opwekken van energie terwijl het terugdringen van het totale energieverbruik, bijvoorbeeld door investeringen in bestaande gebouwen, minder aandacht krijgt. Ondanks het feit dat in energiebesparing een enorm investerings- en besparingspotentieel ligt, dat tot veel nieuwe werkgelegenheid leidt zonder op maatschappelijke weerstand te stuiten.
Verbeteringen in bestaande gebouwen vertegenwoordigen 30% van het potentieel aan energiebesparing in Nederland. Het realiseren van deze besparingen brengt onder andere een lagere energierekening, meer comfort en een vermindering van de CO2-uitstoot met zich mee. Tegelijkertijd resulteren extra investeringen in energiebesparing vooral in de bouwsector in directe werkgelegenheid. Dit is een welkome stimulans na een periode waarin het aantal banen in de sector onder druk heeft gestaan.
In 2013 heeft het Energieakkoord bij een grote groep belanghebbenden extra nadruk gelegd op het thema energie. Onderdeel van het akkoord is onder andere het opstellen van een lijst met erkende energiebesparende maatregelen die vastgoedeigenaren verplicht door zouden moeten voeren. Samen met striktere handhaving zorgt dit er naar verwachting voor dat ookdaadwerkelijk meer maatregelen worden doorgevoerd. Vanuit de markt zorgt een toenemende vraag vanuit vastgoedgebruikers voor een stimulans van energiebesparende maatregelen in vastgoed.

Woningcorporaties koploper
Het inzicht van eigenaren in de energetische kwaliteit van hun bezit groeit en ook de transparantie neemt toe, zo blijkt uit het ING-rapport. Woningcorporaties zijn daarin koploper, mede ingegeven door regelgeving en investeringsverplichtingen vanuit de overheid. In de markt voor kantoren en logistiek vastgoed is energetische kwaliteit een van de selling points en ook bewezen van invloed op de waarde. In winkelvastgoed laat de implementatie van besparende maatregelen in een hoop branches nog veel ruimte voor verbetering. Lang niet ieder bestaand gebouw leent zich voor rendabele investeringen in energiebesparing, wat mede komt door het overaanbod in delen van de zakelijke vastgoedmarkt. Tegelijkertijd zijn de marktverhoudingen zo dat nieuwe gebruikers of bestaande huurders die een contract verlengen meer verwachten van het energielabel, de kwaliteit en het comfort van een pand. Dit dwingt eigenaren die hun bezit toekomstbestendig willen maken tot het doen van investeringen in hun vastgoed. Voor veel vastgoedgebruikers is het terugdringen van hun energieverbruik geen specifiek aandachtsgebied. Het is voor bedrijven een relatief klein element in hun kostenstructuur en geen speerpunt bij kostenbesparingen. Terughoudendheid bij gebruikers om de aanzet te geven tot verbeteringen ontstaat ook omdat ze vooraf zekerheid willen omtrent de hoogte van hun toekomstige energierekening.
Wanneer vastgoedeigenaren investeringen  in energiebesparing doen is het in het belang van huurders dat de vooraf berekende verlaging van de energiekosten realistisch is. Aangezien het uiteindelijke energieverbruik sterk wordt beïnvloed door het gedrag van de gebruiker is inzicht in het eigen gedrag het beginpunt van een besparingstraject. Dat vanwege de hogere kwaliteit en het (vaak) verbeterde comfort de huurcomponent na een investering toeneemt, is geen struikelblok zolang de totale huisvestings- of woonlasten niet of slechts beperkt stijgen.

Groenfinanciering
De vraag vanuit de vastgoedmarkt, al dan niet afgedwongen door regelgeving, maakt dat er een groeiende financieringsbehoefte ligt met betrekking tot energiebesparing in de gebouwde omgeving. Zo resulteren de afspraken uit het Energieakkoord over het deelonderwerp ‘gebouwde omgeving’ tussen 2014-2020 jaarlijks in een verwachte investeringsgroei van ruim € 1 miljard. Dit resulteert in een gedeelde financieringsopgave voor banken en andere kapitaalverstrekkers. Voor vastgoedeigenaren is toegang tot financiering essentieel, evenals de aansluiting daarvan bij hun behoefte.
Het inzetten van groenfinanciering is hier een voorbeeld van. Innovatieve financieringsvormen, onder andere vanuit energiemaatschappijen, helpen de markt verder op gang. Aangezien een investering in energiebesparing leidt tot lagere energie-uitgaven dient de gebruiker van het vastgoed het te besparen gedrag te reserveren om, bijvoorbeeld via de huur, de financiering af te lossen. Door gunstige voorwaarden of minimumeisen te combineren met aandacht voor energiebesparing bij het verstrekken van (her)financiering kunnen financiers kwaliteitsverbetering in de gebouwenvoorraad stimuleren.

Breder economisch belang
Het huidige stimulerings- en handhavingsbeleid zorgt onvoldoende voor de gewenste golf van investeringen in de gebouwde omgeving en dan met name in utiliteitsgebouwen. Dat is een gemiste kans aangezien alleen al het energieverbruik in kantoren en winkels, bij elkaar 180.000 gebouwen, gelijk staat aan het verbruik van ruim 1,5 miljoen huishoudens. Dat de overheid tot nog toe vooral focust op energiebesparing in de woningmarkt is een goede eerste stap, maar in commercieel vastgoed zijn in een kleiner aantal gebouwen veel grotere stappen te maken, zo is een van de conclusies uit het rapport. Met de gewenste energiebesparing is een breder economisch belang gediend dan alleen de individuele belangen van eigenaren van vastgoed, vastgoedgebruikers, overheden en financiers. Ten eerste wordt door energiebesparing de totale CO2-uitstoot gereduceerd en draagt dit bij aan het behalen van de gestelde klimaatdoelen. Ten tweede zorgt verbetering van de energieprestatie van woningen dat het vrij besteedbaar inkomen van huishoudens toeneemt. In de utiliteitsbouw vermindert het de energiekosten van gebruikers van vastgoed, wat tot een versterking van de concurrentiekracht leidt. Ten derde worden energie gerelateerde overheidsuitgaven verlaagd en tot slot neemt bij een dalende energiebehoefte de afhankelijkheid van energie-import af.

(bron: Weekblad facilitair & gebouwbeheer 7 april 2014)

Ervaringen van anderen

Waarom NeoFos?

  • Innovatief
  • Meedenkend
  • Flexibel
  • Interpersoonlijk
  • Dienstgericht
Copyright 2016, All Rights Reserved 2020 | Webdesign by Webdelta